Missie & Visie

Missie & Visie.

De CockerSpanielClub (CSC) is opgericht in 2009. Haar missie is om gezonde pups te fokken, die samen met hun pupkoper een lang en prettig leven kunnen leiden. Wij willen de pupkoper en de pups niet opzadelen met gezondheidsproblemen die veel geld kosten, chronisch zijn/worden en veel leed veroorzaken. Vandaar dat we een behoorlijk aantal preventieve onderzoeken verplicht stellen, voordat een combinatie van fokteef en dekreu wordt gemaakt.

De missie van de CockerSpanielClub is in eerste en laatste instantie Engelse Cockers fokken -en verkopen- waarbij er alles aan gedaan is om de gezondheid van de pups te waarborgen. Daarnaast moeten pups binnen de kenmerken van de rasstandaard vallen en het rastypische karakter hebben.

Het welzijn en de gezondheid van toekomstige pups staat bij het maken van de combinatie tussen fokteef en dekreu binnen de CockerSpanielClub voorop.

Gezonde pups.

De CockerSpanielClub stelt zich op het standpunt dat je een ras niet kapot kunt testen. Maar dat je juist met testen, onderzoeken en uitzoeken, en met goed doordachte combinaties, bijdraagt aan het behouden van het ras.

Om gezonde pups te fokken doen aangesloten fokkers hun uiterste best. Na meer dan honderd jaar rashonden fokken is het overigens een hele toer geworden om gezonde Engelse Cockers met een goed karakter te fokken. Bij ons aangesloten fokkers doen daar grote moeite voor.

Zij voldoen aan de eisen van het VerenigingsFokReglement (VFR), dat bij de CockerSpanielClub behoorlijk streng en uitgebreid is.

De eisen.

Wanneer een fokdier door al deze keuringen gekomen is, en dat gebeurt gelukkig bijna altijd, dan moet de fokker gaan kijken naar de combinatie van een fokteef met een dekreu. Dat is een heel gepuzzel, want niet alle honden passen genetisch en karakterologisch goed bij elkaar.

Voor de combinatie, ook wel kruising genoemd, gelden speciale regels. In het VFR staan er dan opmerkingen als: ‘Met het fokdier mag gefokt worden, mits er een vrije hond tegenover staat.’ Deze regel geldt voor bepaalde oogaandoeningen en voor HD.

Daarnaast moeten fokkers rekening houden met de inteeltcoefficient (COI) en de factor ‘voorouderverlies’. Dat laatste staat in onze database geduid als ancestor loss (AVK). Zowel de COI als de AVK moeten zo laag mogelijk zijn.

De CockerSpanielClub wil de genenpool breed houden. Dat betekent zo weinig mogelijk inteelt, en zoveel mogelijk genetische variatie in de stamboom (AVK).

In de 11 jaar dat de CockerSpanielClub bestaat hebben we veel bereikt, en enkele erfelijke aandoeningen in het ras kunnen achterhalen en uit kunnen fokken. Met dank aan ons team van deskundigen met zeer diverse achtergrond blijven we bezig de stand van het ras in kaart te brengen. We hebben heel veel geleerd over de algemene gezondheid van het ras Engelse Cocker Spaniel.

Op dit moment onderzoeken we hartfalen (DCM) en een aandoening van het bloed. Hermafroditisme (tweeslachtigheid SRY-) en PNP (een nieraandoening) blijven doorlopend punt van aandacht. Daarvoor zijn helaas nog geen DNA testen beschikbaar.

  • DNA testen doen bij zowel fokteef als dekreu op erfelijke aandoeningen als nierfalen (FN), blindheid (PRA) en achterhandverlamming (AON).
  • Het fokdier moet getest zijn op erfelijke doofheid en op elleboogdysplasie.
  • Van het fokdier moeten HD foto’s gemaakt worden bij een daartoe aangewezen onafhankelijke organisatie. Met honden met HD-uitslag D of E mag niet gefokt worden.
  • Jaarlijks terugkerend oogonderzoek doen bij een daartoe aangewezen onafhankelijke organisatie van dierenoogartsen genaamd ECVO. Op de lijst van (erfelijke) oogaandoeningen in honden staan inmiddels een behoorlijk aantal oogziekten. Sommige oogziekten zijn ‘fokuitsluitend’ in ons VFR, zoals cataract en glaucoom. Voor andere oogaandoeningen gelden speciale regels bij het kruisen van fokteef en dekreu. Dergelijke regels gelden voor MMP, distichiasis, entropion en aandoeningen van het hoornvlies (RD) en het netvlies (CD en PRA).
  • De hond moet op een leeftijd van tenminste 12 maanden voorgebracht zijn bij een keurmeester/rasspecialist, die het dier keurt op fokwaardigheid. De keurmeester kijkt naar anatomie van de hond en de manier waarop de hond beweegt en kan bewegen. De keurmeester kijkt ook of het fokdier voldoet aan de raskenmerken en er geen sprake is van overdrijvingen van het rastype. En tenslotte beoordeelt de keurmeester het karakter. Zeer angstige of instabiele fokdieren krijgen een aantekening op het keurrapport.