![]() |
COCKERSPANIELCLUB Opgericht 5 November 2009 |
|||||||||||||||
|
Hoofdmenu *Bestuur *HR en statuten *Lidmaatschap *Commissies *Nieuws *Activiteiten Engelse Cocker Spaniel *Geschiedenis *Standaard *Verzorging *Sport en spel Pups en herplaatsingen Aangesloten fokkers Organisaties Fokken *Doelstelling CSC *Visiedocument *Fokreglement *Aankeuring *Dekreuen Gezondheid *Uitslagen *Artikelen *Rapporten van derden *Nieuwe kynologie Downloads Den Uijl |
*Behendigheid *Doggydance *Flyball *Jacht met de cocker *Spaniel als jachthond *Puzzelen Jacht met spaniels ![]() Weeping Willow's Toupie (D. Raquin) De KNJV geeft drie diploma's. *Het lichte C-diploma voor eenvoudige gehoorzaamheidsproeven, *het B-diploma, apporteren te land en in het water, *het zware A-diploma, waarbij de hond wordt geleerd zich op afstand te laten dirigeren. ORWEJA De ORWEJA (organisatie werkende jachthonden) kent ook nog een aantal extra proeven; waaronder de MAP ( meervoudige apporteer proeven) en de Olympische Spelen voor Jachthonden, waarvoor voorjagers uitgenodigd worden op basis van hun behaalde resultaten in het achterliggende jaar. De NIMROD, jaarlijks te bezichtigen in november. Zie voor meer informatie ook de KNJV site:www.knjv.nl Niet alle honden zijn geschikt om getraind te worden voor de jacht. Opdrijvende jachthonden De spaniels behoren tot de opdrijvende jachthonden. U herkent waarschijnlijk in uw eigen Cocker nog wel de lust om een bosje in te duiken en wild op te stoten. Voor dit opstoten en uitjagen van wild zijn de Cockers ooit geselecteerd en gefokt. Hieronder treft u de verschillende spanielvariëteiten.
Inzet van spaniels bij de jacht Spaniels worden gebruikt voor het zoeken en opstoten (flushen) van wild in dichte dekking. Ze zijn uitermate geschikt voor de jacht in bos en ruig terrein. Een in Nederland veel gebruikt ras is de Engelse Springer Spaniel. Deze honden zoeken zelfstandig, maar blijven wel dicht bij de jager in de buurt. Ze staan niet voor, maar zorgen dat het wild wegvliegt of rent. Spaniels moeten ook apporteren. Engelse Cocker Spaniel De Cocker is een hond met grote kracht, uithoudingsvermogen en onvermoeibare activiteit; attent en vol interesse voor alles wat er in zijn omgeving gebeurt. Hij is vrolijk van aard met een altijd kwispelende staart, met een voor een Cocker typische levendige beweging, in het bijzonder als hij wild op het spoor is; hij heeft geen angst voor zware dekking (bramen, duindoorns, enz.). Hij is zachtaardig, aanhankelijk, maar toch vol energie en uitbundigheid. Historie De spaniels behoren tot één der oudst beschreven groepen honden. Reeds in de 14e eeuw maakt men melding van jachthonden met een bont gevlekte vacht die rennend en sterk kwispelend het veerwild opstoten uit de dekking. Omstreeks 1800 wordt voor het eerst gesproken van Cocker of Cocking Spaniels, die ideaal waren voor de jacht op de ‘woodcock’ (houtsnip), waaraan zijn naam waarschijnlijk ontleend is. In 1885 wordt in Engeland de Engelse Spaniel Club opgericht, waarna in 1902 de rasstandaard voor de Cocker werd vastgesteld en goedgekeurd door de Engelse Kennel Club. Kenmerken De Engelse Cocker Spaniel is een kleine, stevige jachthond. Evenredig gebouwd en compact; de afstand van de schouderpunten tot de grond en van de schouderpunten tot de staartaanzet is hetzelfde. De schofthoogte is ca. 38 tot 39 cm voor teven en 39 tot 41 cm voor reuen. Hij komt in vele kleuren voor o.a. eenkleurig (zwart, rood, lever, black and tan) en in bonte en schimmel variëteiten van deze kleuren. Aanvankelijk werd er alleen op werkeigenschappen geselecteerd. Later begon men meer op het uiterlijk te letten, waarbij de werkeigenschappen veelal uit het oog werden verloren. Heeft men het over de Engelse Cocker Spaniel dan wordt meestal het gewone of ‘showtype’ beschreven, een hond met lange, laag aangezette oren en lange beharing. Bij het ‘werktype’ is de vacht korter, de oren hoger aangezet en korter en liggen de ogen dieper. Zij zijn ingesteld op het werken in extreem zware dekking. Dit type zien wij meestal in het jachtveld en op veldwedstrijden. Jachteigenschappen De Cocker dient zelfstandig onder het geweer te jagen, het wild te flushen (opstoten) en na het schot te apporteren (op het land of uit water). Ondanks zijn geringe afmetingen apporteert hij alle soorten klein wild. De Cocker jaagt minder ruim dan de Springer en doorgaans preciezer. Zijn handzame formaat is een voordeel in erg zwaar terrein. Hij is goed trainbaar en werkt graag voor de baas. Bronnen Kijk ook eens op de onderstaande websites. • http://www.wbesusterengraetheide.nl/Drijvende%20Jachthonden.htm • www.knjv.nl • www.canis.nl • http://www.jachthondentraining.com/fci_groep_8_retrievers.htm • http://www.jachthondentraining.com/knjv_proeven.htm |
|||||||||||||||
|
|
Colofon Disclaimer Laatste update was op donderdag 24 maart 2011 |