COCKERSPANIELCLUB


Opgericht 5 November 2009

 Hoofdmenu
 *Bestuur
 *HR en statuten
 *Lidmaatschap
 *Commissies
 *Nieuws
 *Activiteiten

 Engelse Cocker Spaniel
 *Geschiedenis
 *Standaard
 *Verzorging
 *Sport en spel

 Pups en herplaatsingen

 Aangesloten fokkers

 Organisaties

 Fokken
 *Doelstelling CSC
 *Visiedocument
 *Fokreglement
 *Aankeuring
 *Dekreuen

 Gezondheid
 *Uitslagen
 *Artikelen
 *Rapporten van derden
 *Nieuwe kynologie

 Downloads

 Den Uijl
*Geschiedenis van de relatie tussen mens en hond
*Ontwikkeling van de jacht met honden
*Geschiedenis van de Engelse Cocker



Ontwikkeling van de Jacht met honden
De mens is een lange periode voor voedsel afhankelijk geweest van hetgeen wat hij vond tijdens zijn rondzwervingen. De mens verzamelde voedsel en op deze wijze vulde de mens het grootste deel van zijn dag en zijn leven. In latere stadium werd hij ook een jager. Dit betekent de mens zelf actie ging ondernemen om aan voedsel te komen. De mens ontwikkelde zich tot jager (met de bijbehorende hulpmiddelen) om aan andere vormen van eiwitrijk voedsel te kunnen komen. Doordat de mens inventief is en kennis vergaarde over de leefwijze van de dieren, werd het mogelijk om dieren te kunnen bejagen en te bemachtigen.
In de volgende periode in de ontwikkeling van de mens was deze landbouwer/veehouder. De jacht was naast het verzamelen allereerst bedoeld om voedsel te verkrijgen. Dit veranderde nu werd de jacht een belangrijk middel om de eigendommen te beschermen. Men jaagde op roofdieren die het vee belaagden, maar ook de plantenetende dieren die het op de oogst hadden voorzien.
Voor de mens was de jacht in de middeleeuwen een belangrijke training voor het oorlogvoeren. De jacht, die toen veelal te paard werd uitgeoefend, stelde de ridder in staat alle vaardigheden die later in het krijgsgewoel voor hem het verschil tussen leven en dood zouden kunnen betekenen. Later werd jacht een tijdverdrijf dat alleen was voorbehouden aan de grootgrondbezitter. In die tijd stonden er zware straffen, zoals het afhakken van ledematen en het uitsteken van ogen, op het stelen van wild dat aan de kasteelheer toebehoorde, het zogenaamde stropen.

Omslag in de evolutie
De Franse Revolutie betekende het einde van alle privileges van de adel, die werden nomen en aan het volk terug gegeven. Hieronder viel ook het privilege van de jacht. In die landen treft men steeds een ander systeem van jachtwetgeving. De Napoleontische tijd had uiteraard ook gevolgen voor de wetgeving in Nederland. De ontwikkeling, die uiteindelijk leidde tot de afschaffing van de "heerlijke" jachtrechten, kwam op gang.



De eerste Jachtwet werd 1923 van kracht. In deze wet werd jacht ondergeschikt gemaakt aan het landbouwbelang. De schade die wild aan kan richten aan de landbouwgewassen vond men toen zo belangrijk dat de jacht voornamelijk gericht was op het bestrijden van die schade. Destijds was er slechts een klein gedeelte van de wet gewijd aan de belangen van de jacht en over natuurbescherming had men het toen helemaal nog niet.
De maatschappij ontwikkelde zich intussen verder en daarmee veranderde ook het jachtbedrijf. In 1954 kwam er een geheel nieuwe Jachtwet tot stand, waarin een goede afstemming plaatsvond van de belangen van de landbouw (schadebestrijding), de natuurbescherming (behoud van soorten) en de jacht.
In 1977 vond er opnieuw een essentiële wijziging plaats: de jagers moeten sinds die tijd een examen afleggen voordat zij mogen jagen. Parallel aan de omstandigheden en de veranderingen in de maatschappij veranderde het jachtbedrijf mee. Alleen op deze wijze van noodzaak om in leven te blijven, via zinvolle vrijetijdsbesteding, naar actieve natuurbescherming met de nadruk op faunabeheer.

Wildschade
Het voorkomen en bestrijden van schade aan land-, bos- en tuinbouwgewassen door het wild is een onderwerp waarbij alle WBE’s (Wild Beheer Eenheid) op de een of andere wijze bij betrokken zijn. De maatregelen die door de WBE’s worden genomen om schade door wild en andere diersoorten te voorkomen zijn divers. Waar het gaat om de bejaagbare wildsoorten, wordt de jachtdruk afgestemd op schadepreventie. Voor zover afschot noodzakelijk is buiten het reguliere jachtseizoen.

Vogelhonden” de Engelse Cocker Spaniel
Uit de andere “vogelhonden” ontstaan de staande honden. Deze honden worden gebruikt tijdens de jacht op allerlei soorten wild. Zij zoeken met de neus omhoog om alle sporen maar te kunnen ontdekken. Gevonden wild wordt vervolgens zeer voorzichtig benaderd en de hond blijft stokstijf staan. Een karakteristieke houding is met een voorpoot opgetrokken. Ze wijzen de plaats van het gevonden wild aan. Wachtende op hun commando om over te gaan tot het opstoten van het wild, zodat de jager het kan schieten. De setters en pointers hebben hier hun naam aan de danken. Bij de jacht op klein wild voor zowel opsporen als apporteren zijn speciale rassen ontstaan die na het schot werken. In deze groep horen Retrievers.
Terwijl de Engelsen graag met gespecialiseerde honden jagen, doen de Duitsers dit vooral met honden die alle taken aankunnen. In Nederland gebruikt men het meest een allrounder waaronder Duitse Staander en ook de Hongaarse Vizsla is populair.



     
Colofon
Disclaimer


Laatste update was op zondag 27 maart 2011